Geschiedenis van de verpleegkundige begeleiding in onze centra.

In de beginjaren

In de beginjaren werd veel aandacht besteed aan de lichamelijke zorg, aan orde en netheid: “bij de opname kreeg de patiënt een flink bad, het hoofdhaar werd verzorgd en de nagels geknipt”.
De “opzichters” dienden er zorg voor te dragen dat overal een volmaakte zuiverheid heerste. In de omgang met de zieken werd van hen verwacht dat zij hun moraliserende bespiegelingen zouden voorhouden en hun goede raad geven. Omdat men er vanuit ging dan niets zo slechts was dan niets doen, dienden de opzichters hen ook aan te sporen tot “werklustigheid”. De dwangbuis mocht slechts in uiterste nood gebruikt worden. ’s Nachts werd toezicht gehouden door een zuster of broeder, die in een apart kamertje op de afdeling sliep.

In de begeleiding werden twee soorten hulpmiddelen ingeschakeld, nl. zorgen voor verstrooiing (bv. dammen, hetgeen inwerkte op “het verstand” en arbeid)  en voor psychische en/of lichamelijke ontspanning (bv. wandelen, paardrijden, enz.)

Jaren ’30, bedverpleging

Toen men de “krankzinnigen” meer en meer ging beschouwen als “zieken”, ging bad02dbldblmen hen ook meer en meer “in bed” verplegen. Op een bepaald ogenblik TBC zaal 01 1935 dblbeschouwde men de bedverpleging als een methode “van uitnemendheid” en de verpleegafdelingen werden ook in die zin ingericht. Wij noteren uit “Zielszieken”, oktober 1932: “Over het algemeen kan men zeggen, dat voor alle acute gevallen van krankzinnigheid rust noodzakelijk is en deze rust wordt op de allereerste plaats gevonden bij de verpleging op bed”. Indien dit niet werkte, werden soms alternatieven aangeboden, zoals bv. “verpleging in een permanent bad”, een methode die ook werd toegediend om agressieve of rusteloze patiënten te sederen.  Soms werd ook overgegaan tot het fixeren van de patiënt, maar op een zodanige wijze dat er nog voldoende bewegingsruimte bleef bestaan, bv. “door middel van een over het bed gespannen laken van onscheurbaar stof (spanlaken), waaronder de patiënt zijn armen en benen vrij kon bewegen”.

Men kende zeker ook de nadelen van bedverpleging. Er werd gewezen op de verhoogde vatbaarheid voor bv. tuberculose en het optreden van autisme en versuffing.

weverij 02 dblDe minder zieke patiënten werden bezighouden via allerhande activiteiten: wasserij, kleermakerij, slagerij, boerderij, enz. Zowel de Witzusters als de Broeders van Liefde beschikten over een boerderij, met onder meer varkens en koeien en boomgaarden.

Onder meer voor de arbeid werd met geld van het intern circuit gewerkt (het zgn. “gestichtsgeld”), een duidelijk symptoom van de afzondering van de maatschappij. De maatschappij moest immers beveiligd worden en de patiënten beschermd, bewaakt en bewaard. Er vonden heel wat religieuze en sociale activiteiten plaats: voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse processie, de bedevaarten, de kerstspelen en de Vlaamse kermissen.

Jaren ’50, begin van een meer professionele begeleiding.

Bij het begin van de jaren ’50 was de zorgverlening nog erg asilair. Vanaf dan geraakte de zorgverlening in een sterke ontwikkeling en “bewaren en bewaken” evolueerden naar een meer professionele begeleiding en behandeling. Stilaan werden diverse psychotherapeutische modellen gebruikt: gedragstherapie, psychoanalyse, sociotherapie, Peplau, enz. Diverse behandelingswijzen kregen nieuwe impulsen. Het aantal bijscholingen nam fors toe. Steeds meer verpleegkundigen vervingen de “opzichters” en hulpverleners van diverse disciplines kwamen de equipes met diverse therapievormen versterken. Geleidelijk aan werd arbeidstherapie, bewegingstherapie, creatieve therapie, enz. uitgebouwd.  Er kwam steeds meer de nadruk te liggen op gespecialiseerde behandeling en planmatige aanpak.

“Geïntegreerde Verpleegkunde” en het Systematisch Verpleegkundig Handelen deden hun intreden.
Vooral bij de omschakeling van de O en P-normen naar A en T-normen, groeide zeer sterk het aantal professionele hulpverleners.
Even ter illustratie:
– In Sancta Maria werkten in 1950 75 personeelsleden voor ongeveer 730 patiënten, voor het grootste deel zusters die ongeveer 24 uur per dag bij de zieken waren en er ook sliepen.
– In Ziekeren verbleven in datzelfde jaar 913 patiënten

Vanaf de jaren ’70.

Naast observatie en behandeling, kwam steeds meer de nadruk te liggen op resocialisatie. De dagbehandeling nam toe.
Door de uitbouw van nieuwe voorzieningen, konden personen met een verstandelijke beperking overgeplaatst worden naar deze gespecialiseerde voorzieningen. Dit gebeurde in Sancta Maria vrij massaal bij de creatie van de nieuwbouw, in Ziekeren meer geleidelijk aan.  Een relatief kleine groep verblijft nog steeds in het PVT De Passer, zij het in PVT-uitdovend statuut.
Er werden heel wat inspanningen geleverd ter bevordering van openheid, imagoverbetering en democratisering.
Ziekeren richtte zich uitsluitend tot mannen en Sancta Maria tot vrouwen. De eerste mannelijke patiënt werd in Sancta Maria opgenomen in 1977. Enkele jaren later werd de eerste vrouw in Ziekeren opgenomen. Beide instellingen richtten zich aanvankelijk uitsluitend tot volwassenen en ouderen. De kinderpsychiatrie is pas In 1988 opgestart.

Vandaag

De professionele deskundigheid van de verpleegkundige begeleiding is de laatste decennia zeer sterk toegenomen. Steeds meer verpleegkundigen hebben zich gespecialiseerd in het begeleiden van specifieke doelgroepen en/of in het werken volgens bepaalde denkkaders (Peplau, Systeemdenken, enz.). De organisatie van het ziekenhuis in zorgclusters heeft hiertoe bijgedragen. De nadruk komt meer en meer te liggen op kwaliteit van zorg, outcomemanagement, evidence based handelen en interdisciplinaire samenwerking. Het betrekken van de patiënt zelf en zijn “systeem” en de zorg voor “de kinderen van…” (KOPP en KOAP-kinderen) nemen sterk aan belang toe.
Met art. 107 en art. 11 krijgt het extra- en transmuraal werken een nieuw hoofdstuk in de actuele geschiedenis van de verpleegkundige begeleiding in de geestelijke gezondheidszorg. Mobiele teams, outreach werken en woontrainingen zijn enkele vormen van zorg die zeer sterk aan belang winnen. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de verpleegkundigen worden de muren van de psychiatrische ziekenhuizen afgebroken. Met de bevriezing van bedden hebben vele verpleegkundigen de stap naar de mobiele teams gezet. Er is extra aandacht voor getrapte en gedeelde zorg. Onder meer de stijging van het aantal opnames en de kortere verblijfsduur dwingen de verpleegkundigen en andere hulpverleners “intensiever” te werken. De “verzwaring van de zorg” in het ziekenhuis daagt de verpleegkundige van vandaag uit om hierop een passend antwoord te geven.  “Intensifiëring van zorg” wordt een nieuw thema. Inhoudelijk komt de focus sterk te liggen op “herstelgerichte zorg”.