Een terugblik op de start van de Campus Melveren

De start van de eerste twee afdelingen op de campus gaf de aanzet tot resocialisatie van chronische patiënten.
Het was een avontuurlijk opzet, zowel voor patiënten als personeel: leven en werken geïsoleerd op een eiland, in een modern gebouw midden bouwwerf en braakliggend veld.
De patiëntengroep (elk 30 personen) was heterogeen samengesteld uit vooral psychotische patiënten, een aantal personen met gedragsstoornissen waaronder een aantal licht mentaal gehandicapten.
De groep, waarvan een groot aantal frans-talige patiënten, had een  gemiddelde verblijfsduur van 15 jaar in de gesloten dienst van de Abdijstraat.
Het multidisciplinair werk bij zwaar chronische patiënten kwam hier in Sancta-Maria voor het eerst op gang.
Per verpleegeenheid werd de continuïteit verzekerd met een beperkte groep van 7 psychiatrische verpleegkundigen, bijgestaan door hulpverpleging. Een nachtverpleegkundige kon terugvallen op een inslapende collega. Dit laatste was zeer belastend voor betrokkene: werken, eten slapen in eenzelfde, vaak onrustige omgeving.
Het team bestond verder uit een deeltijds psycholoog, bewegingstherapeut, maatschappelijk werkster en drie personen voor ergotherapie.
Het geheel stond onder de leiding van wijlen Dokter J. Knapen, medisch directeur.
Onderhoudspersoneel werd bewust niet ingezet. De patiënten namen in het kader van huishoudelijke training deze taken op zich.
De verpleegkundigen hoorden in ruime mate zelfstandig in te staan voor de begeleiding en de organisatorische en materiële aspecten binnen de nieuwbouw.
De medewerkers bezaten de kunst om te woekeren met alle vrij ruimten om activiteiten in kleine patiënten-groepen  in kelders en op verdiepingen mogelijk te maken.
De twee hoofdverpleegkundigen waren geniaal om alles in week-, dag- en uurschema’s voor patiënten vast te leggen.
De directe verbinding met de Abdijstraat liep langs te telefoon. De technische dienst verzekerde de navelstreng via meermaals per dag transport met de “camionette”. De “zwarte valies “ bestemd voor documenten en geld deed jaren dienst.
De samenstelling van patiënten-groepjes was belangrijk en werd met zorg door het team opgevolgd.
De therapeutische accenten lagen vooral op het ontwikkelen van sociale vaardigheden en zelfredzaamheid. Bij een aantal patiënten werd getracht storend gedrag om te buigen naar een aangepaste omgangsvorm.
Nieuw therapeutische inzichten en begeleidingstechnieken werden via bijscholing en stages in het buitenland door verpleegkundigen en therapeuten eigen gemaakt. Zo leverde destijds de toepassing van Tooken-economy positieve vruchten af bij de activatie van psychotische patiënten. Deze methodiek hielp regressie en symptomen van hospitalisme tegen te gaan.
Zelfstandig omgaan met zakgeld, inkopen doen in de stad werd progressief ingevoerd.( Jarenlang uitblijven van een lijnbus op de campus was een grote handicap)
Voor een aantal patiënten kwam de mogelijkheid van werken in de stad, in beschutte werkplaats of in privé.
Veel aandacht werd besteed aan het terug aanhalen van familiebanden, met de jaren afgezwakt.
De moeilijke bereikbaarheid en verre woonafstand waren toch vaak een hinderpaal.
Stillaan werd voor een aantal patiënten overgaan tot ontslag naar een aangepaste leefsituatie mogelijk. Samenwonen met twee à drie in de stad, of gezien het ouder worden van sommigen, overgaan naar een rustoord, voor mentaal gehandicapten naar een aangepaste voorziening.
Enkelingen vonden een thuis bij familie.
Franstalige patiënten keerden zo terug naar regio van herkomst, meestal in het Luikse.
Na vijf jaren leven en intensief werken op dit eiland,  was de helft van de patiënten-groep met ontslag gegaan.
Mits zorgvuldige voorbereiding, goede contacten met de nieuwe leefomgeving en intensieve nazorg door sociale dienst en psychiater werd een zeer geringe en tijdelijke terugval vastgesteld.
De aanzet tot vernieuwing jaren voelbaar in de werking in de oude instelling, wierp hier de eerste vruchten af.
In 1975 volgde de ingebruikname van het centrale hoofdgebouw en de opening van twee opname diensten.
In het voorjaar 1978 verhuisden de laatste patiënten naar Melveren. Op 25 mei ’78 werd het pand in de Abdijstraat definitief als ziekenhuis afgesloten.
Dit in een notendop als korte terugblik op de start van de Campus Melveren.
Met veel waardering voor de vele medewerkers, religieuzen en leken, die de ontwikkeling van een asilaire psychiatrie naar een  gedifferentieerde psychiatrische hulpverlening doorheen decennia steeds nieuwe gestalte hebben gegeven.

Lieve Sterken
Gewezen Directrice Patiëntenzorg