De psychiatrie in de kering van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw

Herinneringen aan de anti-psychiatrische beweging.

Tijdens mijn opleiding tot psychiater werd de nadruk gelegd op de psychoanalyse als methode om de dynamiek van geestesstoornissen te begrijpen. Daarbij stond de Lacaniaanse lezing van Freud centraal. Dit was in de eerste plaats een interessante intellectuele oefening voor de psychiater. Als de patiënt in de loop van de gesprekken beter werd, dan werd dit beschouwd als een (welkom) neveneffect.
Om die geestesstoornissen te behandelen stonden, naast ECT (electroconvulsietherapie) de pas ontdekte psychofarmaca (Largactil, Haldol, Tofranil, Anafranil, Tryptizol, Librium en Valium) ter beschikking.

In de maatschappij waren het roerige tijden. Behalve mei ’68 en Parijs (“het is verboden te verbieden”), kwam de wind voor ons vooral uit Nederland: nozems (LSD en andere drugs), dolle mina’s (baas in eigen buik) en andere symbolen van verzet tegen gezag van kerk, politiek, professoren enz, zetten aan tot experimenteren op geleide van emancipatie, vrijheid en inspraak. Klassieke onderwijsvormen werden vervangen door groepsdiscussies. Reizen met busjes, via Turkije, Iran en Afganistan, naar Nepal en Indië waren “in”, en wie zich dit niet kon veroorloven deed aan yoga of transcendente meditatie.

Dit kon niet anders dan ook de psychiatrie beroeren. De anti-psychiatrie vormde een nieuw, alternatief denkkader, met als bijbel “Wie is van Hout?” van Foudraine en “Het verdeelde zelf” van Laing. Zij gingen ervan uit dat de patiënt op zich niet ziek was, maar ziek gemaakt werd door zijn gezin, door het psychiatrisch instituut, en de maatschappij. Schizofrenie was het gevolg van een dubbelzinnige, onontkoombare binding aan de moeder. De patiënt moest hiervan bevrijd worden, en de psychiatrische instellingen moesten gesloten en afgebroken worden. Dit gebeurde vrij radikaal  in Italië op inspiratie van Basaglia, en meer geleidelijk, in Groot-Brittanië, de Verenigde Staten en later in nog een reeks andere landen. De film “One flew over the cuckoo’s nest “ die de ontmenselijkende kant van de psychiatrie belichtte was een exponent van de antipsychiatrische beweging die het grote publiek, en daarmee ook de politiek, beroerde.

 Wat moesten jonge psychiaters hiermee aanvangen?

In België was de reactie in de daaropvolgende jaren, achteraf bekeken, nogal pragmatisch. De psychiatrische instellingen werden niet afgeschaft, maar vernieuwd en geopend naar de buitenwereld. De patiënt met ernstige psychiatrische stoornissen kwam niet op straat terecht maar werd voorbereid op herinschakeling in de maatschappij via resocialisatie, beschut wonen en ambulante begeleiding.
Deze aanpak werd geïnspireerd vanuit een neo-psycho-sociaal model, en niet langer vanuit het medisch-paternalistische denkkader.
Multidisciplinaire teams kwamen tot stand, en nieuwe benaderingen, waaronder systeemtherapie vonden ingang. Dwangmaatregelen werden kritisch geëvalueerd en aan behandelprotocols gekoppeld. De wet op de patiënten-rechten zorgde voor meer openheid en inspraak van de patiënt en zijn/haar vertegenwoordigers, en de oude collocatiewet werd vervangen door een nieuwe wet die uitging van de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
Eigenlijk zijn deze positieve evoluties allemaal, rechtstreeks of onrechtstreeks, uitvloeisels van de anti-psychiatrische beweging. De anti-psychiatrie heeft dus heel wat positieve evoluties in gang gezet of versneld, ook al had ze met haar anarchistische trekjes wat de neiging om “het kind met het badwater” weg te gooien, waardoor de “bevrijde”, maar zwaar zieke en kwetsbare patiënt soms letterlijk op straat terecht kwam.

Een aparte vraag hierbij is hoe een bepaalde therapievorm, namelijk ECT, deze maatschappelijke stormen en evoluties heeft doorstaan.
ECT is een behandelvorm waarbij de hersenen electrisch gestimuleerd worden, en dit 2 à 3 keer per week.
Het zal geen verrassing zijn dat ECT (electroconvulsie-therapie, in de volksmond “electrische schokken”) het mikpunt bij uitstek was van de antipsychiatrische beweging. Men noemde het een machtsinstrument dat willekeurig werd toegepast om storend gedrag te onderdrukken, ten koste van hersenbeschadiging. Daarbij werd ECT op een lijn gesteld met leukotomie.
Omdat men tegelijk nieuwe mogelijkheden zag om ernstige psychiatrsiche stoornissen met psychofarmaca te behandelen, werd in veel psychiatrische instellingen het ECT-apparaat discreet in de kelder gezet. Zo vermeed men kritiek op een erg ter discussie staande therapievorm, die men, ook binnen de psychiatrie, vaak als obsoleet, verouderd, beschouwde.
Toch waren er her en der instellingen die aan deze tendens weerstand boden. Vooral voor ernstig zieke, geremd depressieve patiënten bood antidepressieve medicatie niet altijd uitkomst. Deze patiënten zijn tevens minder toegankelijk voor psychotherapie. Wanneer uiteindelijk dan toch tot ECT werd overgegaan, volgde zeer dikwijls snel herstel. Patiënten en hun familie vroegen dan waarom ze deze behandeling niet eerder gekregen hadden. Toen het besef dat ECT een krachtige, effectieve behandeling bleef voor een anders moeilijk te helpen patiëntengroep, ook internationaal meer gehoor kreeg, volgde een “revival”, zij het in een gemoderniseerde vorm. Deze ECT versie 2.0 wordt thans ook in Asster toegepast: behandeling gebeurt enkel na geschreven toestemming van de patiënt of zijn/haar vertrouwenspersoon. Na internistisch onderzoek wordt de behandeling toegepast onder lichte narcose door een anesthesist, terwijl het eigenlijke ECT-toestel bediend wordt door een psychiater. Dit toestel laat toe de aard en kracht van de electrische stimulus nauwkeurig aan te passen. Tenslotte is er aandacht voor het optreden van eventuele neveneffecten, zodat de verdere behandeling hieraan aangepast kan worden. De resultaten van ECT worden in de ECT werkgroep Vlaanderen besproken, waardoor verdere verfijning en kwalitatieve verbetering bevorderd wordt.

Op die manier toegepast kan men stellen dat ECT behandeling niet alleen een erg effectieve, maar ook een veilige behandeling is. Het is voor de patiënten die deze behandeling nodig hebben een groot geluk dat ECT de stormen van de antipsychiatrie heeft doorstaan.

Dr. Jos Bollen,
Pyschiater
Gewezen Hoofdgeneesheer