Spiegel mij

Voor de spiegel op haar kamer
ziet ze een beeld dat ze haat.
Lelijk, dik, vervelend, irritant.
Soms maakt ze zichzelf kwaad.

Haar familie heeft haar lief
ze houden van haar
ze maakt hen erg blij en geeft
ze veel plezier
daarom, daarom blijft ze hier.

M.